Een volgend kind

De meeste wiegendoodouders verlangen na het verlies opnieuw naar een kind. Ouders vragen wel eens advies aan de arts of psycholoog over het tijdstip om weer zwanger te worden. De uitleg die hierbij niet mag ontbrekenis dat wanneer men enkele jaren wacht met het opnieuw zwanger worden, men ook hele hevige reacties kan verwachten als het zover is. Dat is juist zo typerend voor het doorgemaakt hebben van een trauma als wiegendood.

De gedachten en emoties kunnen zich in alle hevigheid opnieuw aandienen, soms geheel onverwacht, getriggerd door een filmpje op tv, maar ook door een volgende
zwangerschap. Een richtlijn die ouders wordt aangereikt, is dat in principe de ouders allebei de wens voor een volgend kind moeten hebben.

Vaak is één van de beide ouders er nog niet aan toe. De ander voegt zich dan meestal. Het is vaak kort na de gebeurtenis de moeder die zich positief uitspreekt over een volgend kind. Ze wil de leegte in haar armen weer vullen. De vader is dan nog afwachtend; hij is onzeker of hij de verantwoordelijkheid nog eens kan dragen en durft zich soms niet te hechten uit angst opnieuw emotionele pijn te ervaren. Ouders nemen het advies te wachten tot zij beiden hetzelfde willen meestal ter harte. Het is bekend dat gezinnen na een wiegendoodkind meer kinderen krijgen dan een gemiddeld gezin met ouders in die leeftijdsgroep.

Wanneer de moeder weer zwanger raakt dan is dit een periode van spanning en angst, gemengd met hoop en dankbaarheid, evenals het eerste levensjaar van het kind. Het is belangrijk ouders te begeleiden gedurende de zwangerschap en na de geboorte van een volgende baby. Een goede samenwerking tussen de kinderarts, de huisarts en het consultatiebureau is geboden.

Deze kunnen de ouders informeren over de mogelijkheden van zorg die er zijn, zoals bijvoorbeeld deelnemen aan het begeleidingsprogramma. Dit bestaat uit
het tweemaal per week wegen van de baby, alsmede het invullen van een symptomenlijst met gegevens van de baby. De wijkverpleegkundige brengt frequent een bezoek om de bevindingen met de ouders te bespreken. De afspraak tussen de verschillende disciplines is dat bij afwijkende bevindingen, zoals een afbuigende
groeicurve en/of veel positieve scores op de symptomenlijst, de baby door de huisarts of de kinderarts wordt onderzocht en zonodig wordt behandeld.

Bij problemen kan de kinderarts besluiten om de baby op te nemen in het ziekenhuis voor observatie. Ouders kunnen, overigens altijd in overleg met de kinderarts, ook besluiten om bij het volgende kind een homemonitor te gebruiken. Hiervoor geldt dan in de meeste gevallen een psychosociale indicatie. Er zijn ook ouders
die afzien van specifieke begeleiding. Zij voelen zich vaak sterk genoeg en voldoende geïnformeerd door artsen en overige deskundigen en gesteund door de directe omgeving, om de zorg voor het volgende kind zelf op zich te nemen. In die gevallen blijft het belangrijk dat de huisarts en de consultatiebureauarts of de wijkverpleegkundige regelmatig informeren hoe het met het gezin gaat.

Ouders van wiegendoodkinderen blijken zeer sterke herbelevingsreacties te ervaren zodrahet volgende kind geboren is. Dit kan zich ook al manifesteren als de moeder weer zwanger is. Juist het niets kunnen doen kan het gevoel van machteloosheid vergroten. Uit een eerder intern onderzoek bleek dat 65% van een groep onderzochte wiegendoodouders gedurende de zwangerschap onrustig en ge gespannen was (L’Hoir, 1987). Het weer van alles kunnen doen als de baby eenmaal geboren is, kan het gevoel controle over de situatie te hebben, vergroten. Wanneer het volgende kind de leeftijd nadert waarop de vorige baby  overleden is, dan nemen de angstniveaus meestal weer tijdelijk toe.
Wanneer een moeder vrijwel direct na het overlijden zwanger raakt, of dat al was, kan dit het verwerkingsproces bemoeilijken. Het kan ook het ontstaan van een verlate PTSS faciliteren. De ouder gaat zich richten op de toekomst van deze baby, hoe moeilijk dit ook is, en stelt het daadwerkelijke rouwen uit. Het hele eerste jaar van dit volgende kind is vaak stressvol en angstig en het gebeurt niet zelden dat de verwerking pas op gang komt nadat deze baby de leeftijd van een jaar gepasseerd
is.