Mazelen

Mazelen

De mazelen is een ziekte die in voorbije tijden voor hoge sterftecijfers zorgde. De afgelopen decennia was mazelen vooral een vrij milde kinderziekte geworden. De overgang naar deze lichtere uitwerking van de ziekte in Westerse landen lijkt vooral het gevolg van evolutie in ons eigen immuunsysteem en de verbeterde levensstandaard. Sinds 1987 is een vaccin tegen de ziekte opgenomen in het Rijks Vaccinatie Programma. Sinds de invoering van de vaccinatie is de natuurlijke weerbaarheid wellicht gedaald en zijn vooral zuigelingen mogelijk kwetsbaarder voor de ziekte.
Bij gezonde, jonge kinderen is mazelen een flinke kinderziekte die ze normaal kunnen doormaken en die hun levenslange immuniteit garandeert.

Vaccinatie

Het mazelenvaccin bestaat uit verzwakte levende virussen. Het wordt vanaf 1976 als enkelvoudig vaccin (monovaccin) aangeboden en vanaf 1987 in combinatie met het bof- en rodehondvaccin (BMR) gegeven op veertien maanden en een herhaling op negenjarige leeftijd.
95% van de gevaccineerden bouwt na de enting immuniteit op, maar deze heeft een beperkte duur. Het is voor gevaccineerden goed om in contact te komen met het wilde virus om hun immuniteit op te frissen ofwel te boosteren. Dit werpt een ander licht op het argument dat ongevaccineerden niet solidair zouden zijn door niet mee te doen aan het vaccinatieprogramma en het streven naar kudde-immuniteit. Juist doordat zich zo nu en dan nog uitbraken voordoen van mazelen met het wilde virus profiteren gevaccineerden hiervan mee. Het enkelvoudige mazelenvaccin (monovaccin) is verkrijgbaar via de internationale apotheek in Venlo onder de naam Masern Impfstoff.

Vaccinatiegevolgen bij toepassing van het drievoudige BMR-vaccin:

  • Retinopathie, een aantasting van het netvlies
  • Blindheid
  • Guillain Barré, een ziekte met een langzaam opstijgend verlammingsbeeld, dat in principe weer zonder restverschijnselen kan genezen
  • SSPE, zie onder complicaties
  • A-typische mazelen, een op mazelen gelijkend ziektebeeld
  • Buikpijnen die gepaard gaan met veelvuldig overgeven
  • Convulsies, vooral tussen de 5e en 11e dag na de vaccinatie
  • Hersen(vlies)ontsteking, met mogelijke restverschijnselen
  • Verwardheid, apathie
  • Bewusteloosheid, Bronchitis, longontsteking, astma, allergie
  • Alle risico’s van het enten met levende virussen (zie ook de beschrijvingen van bof en rodehond)
  • Sterfgevallen, zeer zelden
  • Suikerziekte
  • Autisme: er is een verband aangetoond met autisme en chronische darminfecties