Conclusie

Uit het onderzoek naar de psychische gevolgen  van het verlies van een wiegendoodkind blijkt dat bij het grootste gedeelte van de ouders geen sprake is van een posttraumatische stressstoornis. Dit mag nadrukkelijk aandacht krijgen omdat het label ‘stoornis’ min of meer een ziekte impliceert (Aarts, 1999). Dit
terwijl de stressreacties normale verschijnselen zijn bij trauma getroffenen. Het is daarom belangrijk dat behandelaars op de hoogte zijn van de reacties die zich voordoen na een trauma en dat deze normaal zijn.

Er is sprake van een stoornis wanneer het verwerkingsproces stagneert en de symptomen van PTSS persisteren. Uit het onderzoek bij de 80 wiegendoodouders
komt naar voren dat bij een aanzienlijke groep ouders die een PTSS hebben ontwikkeld, er sprake is van co-morbiditeit (53%). Hulp aan deze ouders vraagt specialistische en communicatieve kennis. Ouders en kinderen zouden in een centrum moeten kunnen worden opgevangen. Dit is bij voorkeur in een psychotraumacentrum waar multidisciplinair wordt gewerkt en van waaruit, indien nodig, gerichte verwijzing kan plaatsvinden.