Klinische ervaring – Minder sociale betrokkenheid

Bij wiegendoodouders neemt de betrokkenheid op de omgeving meestal tijdelijk af.  Tijdens sociale gebeurtenissen zoals verjaardagen, hebben ze vaak het gevoel ‘er niet helemaal bij te zijn’. Vooral wanneer spreken over het verlies angstvallig wordt vermeden en zelfs de naam van hun kind niet een keer
wordt genoemd, neemt het gevoel te vervreemden van anderen toe.

Het vermogen om lief te hebben, affectie te tonen en te ontvangen kan ook tijdelijk afnemen. Ouders kunnen ook last hebben van prikkelbaarheid, spanningsklachten, concentratie- en slaapproblemen. Voor wiegendoodouders is de nacht vaak extra beladen. Wanneer er andere kinderen in het gezin zijn, gaat meestal of de vader of de moeder ‘s nachts nog even kijken of alles wel in orde is. Ze observeren adembewegingen en dekken de kinderen opnieuw toe. Wanneer ze ‘s ochtends geen geluid horen, schrikken ze vaak hevig. De ouder die de overleden baby heeft gevonden, durft in zo’n situatie soms niet te gaan kijken.

Ouders zullen vaak de aan de dood voorafgegane gebeurtenissen successievelijk doorlopen om mogelijke oorzaken te achterhalen.
Herhaaldelijk zullen zij zich afvragen of zij niet verkeerd hebben gehandeld of nalatig zijn geweest, waardoor het overlijden misschien had kunnen worden voorkomen.

Schuldgevoel komt bij alle wiegendoodouders voor. Dat deze ouders schuldgevoelens hebben, is invoelbaar en begrijpelijk. Ouders voelen zich tenslotte verantwoordelijk voor hun kinderen, vooral als het een kwetsbare, afhankelijke baby betreft. Bovendien leeft bijna niemand alle mogelijke preventieve maatregelen,
die het risico van wiegendood minimaliseren, altijd strikt na. Dat beseffen versterkt het schuldgevoel. Maar dit zijn natuurlijke reacties na een acuut verlies en het is
belangrijk dat ze bespreekbaar worden gemaakt.